Column: “Iets om zijn middel”

Zo vlak voor het sluiten van de markt diende zich opeens nog een kandidaat-woord aan voor de verkiezing ‘Woord van het Jaar 2017’, namelijk de ‘ruitenmepper’. De ochtend na de dag waarop de Amerikaanse president Trump uitsprak Jeruzalem te erkennen als hoofdstad van Israël, waarmee hij het voltallige Palestijnse volk tegen zich in het harnas joeg,vernielde een onverlaat de ramen van een Israëlisch restaurant in Amsterdam-Zuid. Nu is dat weliswaar betreurenswaardig, maar niet per definitie voer voor de media. Zeker in december, met het vuurwerkgeweld dat reeds weer op de rol staat, gaat er traditioneel het nodige glas aan diggelen. Echter, wat dit specifieke incident nieuwswaardig maakt, is dat de dader een Palestijnse vlag met zich meedroeg. Het behoeft weinig fantasie om te concluderen dat ‘Trump’ en de vernieling hoogstwaarschijnlijk aan elkaar gerelateerd zijn. Maakt dit het dan een terroristische aanslag? Dat hangt ervan af welke definitie je hanteert, maar de meeste zullen zeggen dat een terreurdaad gericht is op (een deel van) de bevolking. Daar is mijns inziens hier geen sprake van: uit de beelden blijkt dat de ramen het moeten ontgelden, maar niets duidt erop dat de omstanders en/of de politie enig gevaar liepen.

Dat brengt me bij het punt waarover ik me nog het meest verbaasd heb, waarbij ‘verbaasd’ zacht is uitgedrukt. Ik begrijp dat er in de tijd waarin we leven  – omringd door camera’s en met de zaak-Mitch Henriquez nog in het achterhoofd – door de politie enige voorzichtigheid betracht wordt wanneer het gaat om het gebruiken van de harde hand bij arrestaties. Echter, hetgeen nu te zien was op de beelden getuigt van een totaal gebrek aan daadkracht en draagt vermoedelijk allesbehalve bij aan het toch al afbrokkelende imago van de politie. Volgens cijfers van het CBS had immers in 2016 liefst dertig procent van de Nederlanders geen vertrouwen in het politieapparaat.

Wat valt er dan precies aan te merken op het optreden van de dienders? Wel, ik zal de situatie even schetsen. Donderdagochtend, omstreeks elven, komt een 29-jarige man, die in Nederland leeft op basis van een tijdelijke verblijfsstatus, aan bij restaurant HaCarmel aan de Amstelveenseweg. Bij zich draagt hij een Palestijnse vlag en een stuk hout. Vanzelfsprekend is er op dat vroege tijdstip niemand in het restaurant aanwezig. Op de beelden is te zien dat de man in gesprek is met (vermoedelijk) een buurtbewoner. Kennelijk heeft de latere vandaal dan al het een en ander geroepen, want reeds voor hij zijn slag(en) slaat, is de politie ter plekke, twee man sterk. Ondertussen staan er nog vier andere omstanders bij het tafereel te kijken. Op het moment dat de dienders hun auto verlaten en op de man aflopen, wendt de vlaggendrager zich af van zijn gesprekspartner en begint met zijn stok in te slaan op het eerste raam.  De agenten beseffen zich op dat moment kennelijk dat het wel fris is buiten, want in plaats van in te grijpen, trekken ze – in alle rust – eerst maar eens hun handschoenen aan. Eén van de politiemannen besluit toch eens een kijkje van dichtbij te nemen, wanneer na twee ramen ook het glas in de deur eraan moet geloven. Nadat hij door de agent is aangesproken, draait de vlaggenist zich om (hij is inmiddels al binnen in het restaurant) en loopt, onhandig struikelend over het opstapje, weer naar buiten. Hij steekt bij wijze van triomfgebaar zijn vlag, samen met een Israëlisch exemplaar dat hij binnen heeft buitgemaakt, de lucht in. Op dat moment ziet agent nummer twee eindelijk zijn kans schoon en bespringt de dader van achteren. Laatstgenoemde geeft zich zonder slag of stoot over, terwijl ook de andere agent inmiddels bovenop hem zit. Inmiddels zijn er nog wat nieuwe ramptoeristen bijgekomen, die allerminst beangstigd overkomen en van dichtbij het schouwspel gadeslaan. Een tweede politiewagen verschijnt tot slot in beeld, waarin de man – inmiddels zonder vlag – wordt afgevoerd. U zult wel denken: onze hoofdstad is aan een bloedige aanslag ontsnapt, dankzij het heldhaftig ingrijpen van de sterke arm der wet…

De reden voor de afwachtende houding van de agenten is – volgens mede-restauranteigenaar Daniël Bar-on in de uitzending van Jinek, op basis van wat hij van de politie had begrepen – dat “je ook niet weet wat hij bij zich heeft, voor hetzelfde geld heeft hij ‘iets’ om zijn middel”. Laten we ervan uitgaan dat dit het geval is: er is inderdaad sprake van een bomgordel. Zou het dan niet verstandig zijn geweest om ervoor te zorgen dat alle toegestroomde omstanders zich als de wiedeweerga uit de voeten maken? Zouden deze omstanders dit gevaar dan niet zelf reeds lang erkend hebben en voor de dreigende aanslag gevlucht zijn? Zou de politie dan geen ander middel dan een busje pepperspray hebben ingezet om de man te overmeesteren? Zou de zogenaamde terrorist zich dan niet meteen opgeblazen hebben, in plaats van eerst nog de moeite te nemen om met een provisorisch wapen als een stuk hout de ruiten van het restaurant in te slaan?

Kortom: het argument dat de politie gebruikt is volstrekte nonsens. Dankzij deze wanprestatie zullen de eigenaren – vader en zoon – zich nooit meer helemaal veilig voelen in hun eigen restaurant. En bovenal: dankzij deze wanprestatie kreeg de Palestijnse activist – laten we hem dan maar zo noemen – de aandacht waarop hij zo gehoopt zal hebben. Ga maar na, hoe nieuwswaardig zou deze kop zijn geweest: “Man met Palestijnse vlag overmeesterd door politie”? Juist, nauwelijks.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *