Column: Jinek heeft nog veel te leren

Deze week heeft er iets schokkends plaatsgevonden. U moet weten: als nieuwsjunk ben ik een vaste kijker van Jinek, sla zelden een aflevering over. Maar de laatste tijd bekruipt me steeds vaker een onbehaaglijk gevoel, dat ik niet goed kan thuisbrengen. En donderdagavond, omstreeks tien uur, volgde de climax, toen ik de TV Gids-app opende om te kijken wie er die avond aan tafel zouden zitten. En daar stond het, de naam van NOS-fossiel Charles Groenhuijsen. Hij werd vergezeld door schrijver en beroepschagrijn Tommy Wieringa, de Amsterdamse wethouder Laurens Ivens en zijn vrouw en, als klap op de vuurpijl, Wendy van Dijk en nog een andere actrice, een zekere Romana Vrede. De volgende ochtend werd ik uitgerust wakker: ik was een uurtje eerder naar bed gegaan dan normaliter.

Vooral de aanwezigheid van Groenhuijsen maakte dat ik besloot om maar een aflevering over te slaan. Voor mijn gevoel schuift de man iedere week aan, om Eva’s favoriete onderwerp, Donald Trump, te bespreken (lees: af te zeiken). In de praktijk bleek hij sinds het nieuwe seizoen van Jinek begon, op 4 december jongstleden, pas voor de tweede keer te gast te zijn. Maar ik had het gisteren opnieuw, toen Teun van de Keuken weer eens kwam vertellen over hoe we belazerd worden door de voedingsmiddelenindustrie (of in dit specifieke geval: een app van het Voedingscentrum). Ik ben de gastenlijst van het programma eens door gaan neuzen en wat blijkt: na politiek commentator Joost Vullings is Van de Keuken de meest uitgenodigde gast! Liefst vier keer mocht hij de afgelopen 35 uitzendingen komen opdraven, waarvan liefst driemaal in de afgelopen twee weken.

Zou hier dan dat gevoel vandaan komen? Zie ik te vaak dezelfde personen aan tafel? Welnu, een rekensommetje. Sinds 4 december hebben er 35 afleveringen van Jinek plaatsgevonden. In deze afleveringen verwelkomde Eva in totaal 148 unieke gasten. Dertien van hen keerden vaker terug aan tafel, gemiddeld 2.53 keer (zie het diagram hieronder). Zodoende zat er 168 keer een gast aan tafel, ongeacht zijn of haar naam. Wanneer we dit delen door het aantal uitzendingen, 35, komen we op een gemiddelde van 4.8 gasten per uitzending. De kans dat een gast voor (tenminste) de tweede keer aanschuift, is 19.64 procent. Dit vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal gasten per aflevering, 4.8, levert het getal 0.94 op. Dit is het gemiddeld aantal terugkerende gasten per uitzending. Kortom: in vrijwel iedere editie van Jinek zit één gast die je onlangs al eerder aan tafel hebt zien zitten! Daarbij komt nog dat het merendeel van de hierboven weergegeven terugkerende gasten personen uit de media zijn, vaak journalisten. Dit maakt dat zij zich met enige regelmaat mengen in de overige gesprekken aan tafel, hetgeen waarschijnlijk het gevoel dat je iedere keer naar dezelfde mensen zit te kijken versterkt.

Maar dit is niet het enige. Ook Jeroen Pauw verwelkomt met enige regelmaat dezelfde gesprekspartners, maar naar zijn programma kijk ik altijd met veel plezier. Met meer plezier dan naar Jinek. Grotendeels komt dit door de totaal verschillende manier waarop beide presentatoren hun talkshow leiden. Eva Jinek is een uitstekende journalist, in de zin dat ze zich perfect voorbereidt op de gesprekken. Ze leest zich tot in de puntjes in en heeft, zo vermoed ik, op haar papieren exact staan wat ze wil gaan vragen en in welke volgorde. Daar valt natuurlijk wat voor te zeggen, maar ze gaat ermee wel voorbij aan het genre waaronder haar programma valt: een talkshow. Jinek maakt er met enige regelmaat een interviewshow van, met een duidelijke rolverdeling: zij als vragensteller, de gast als respondent. Echter, wanneer een andere tafelgast zich met het gesprek wil bemoeien, wordt dit in de regel snel afgekapt. Er mag beslist niet buiten de lijntjes gekleurd worden. Hierin zit het grote verschil met haar mannelijke collega. Jeroen Pauw laat het gesprek aan tafel ontstaan, hetgeen veel natuurlijker overkomt. Hij lijkt zich, meer dan Jinek, te realiseren dat de kijker thuis naar een tafel vol mensen zit te kijken, in plaats van naar een talkshowhost die vergezeld wordt door (aan haar ondergeschikte) gasten.

Verder zit ik bij Jinek me nog te vaak op de bank op te winden over door haar gemiste kansen. “Vraag dan door!”, ik roep het af en toe hardop. Tevergeefs. Of laatst, met de drie studentes aan tafel, over de door Rambam vastgestelde misstanden binnen hun studentenvereniging. Die had Eva volledig moeten fileren, ze kreeg het mes zelfs in de schoot geworpen. Maar ze spaarde hen, weigerde zich hardop af te vragen of het nieuwe lid niet door het bestuur gedwongen werd zich van alle aantijgingen te distantiëren, teneinde lid te mogen blijven.

En dan nog de dagelijkse dosis Trump die de kijker door de strot geduwd krijgt. Iedere scheet wordt breed uitgemeten. Zit Groenhuijsen of een andere Amerika-kenner niet aan tafel om te reageren op een domme uitspraak van de VS-president, dan komt er wel minstens één fragmentje van een Amerikaanse comedian voorbij in het dagelijkse rubriekje ‘Wat ons vandaag verder opviel in het nieuws’. De redactie van Jinek zou zich eens moeten realiseren dat zij het nieuws dient te selecteren dat voor de kijker relevant is, niet wat de dame aan het hoofd van de tafel grappig vindt.

Nee, Omroepvrouw van het Jaar of niet, er valt nog een hoop te leren. Ik verheug me alweer op het nieuwe seizoen van Pauw, maar tot dan toe zal ik gewoon naar Jinek blijven kijken. Van Humberto Tan als alternatief wordt immers niemand vrolijk, behalve Tan zelf.