Gemeenteraad Hardenberg: raakvlakken tussen burger en politiek

HARDENBERG – Op 21 maart vinden er gemeenteraadsverkiezingen plaats. Onlangs vroeg ik de lijsttrekkers van de deelnemende partijen wat voor hen het voornaamste punt van verbetering binnen de gemeente Hardenberg is en waarover zij juist erg te spreken zijn. Tegelijkertijd vond er een enquête onder inwoners van de gemeente Hardenberg plaats, gepromoot door de Toren, Hardenberg.nu en de Dedemsvaartse Courant. Hierin werden dezelfde twee vragen gesteld. Dit artikel beschrijft de interessante uitkomsten van dit onderzoek.

Aan het onderzoek deden vrijwillig negentig inwoners van de gemeente Hardenberg mee. Hiervan was precies 70 procent man en 30 procent vrouw. De gemiddelde leeftijd bedroeg ruim 53 jaar. Het merendeel van de respondenten is afkomstig uit één van de twee grote kernen binnen de gemeente, namelijk Hardenberg (38.9%) of Dedemsvaart (33.3%). De overige dorpen leverden maximaal vier respondenten (4.4% van het totaal). De deelnemers gaven over het algemeen aan veel waarde te hechten aan de lokale politiek, met een score van bijna 5.5 op een schaal van één tot zeven. Het overgrote merendeel, namelijk ruim 95 procent, was ervan op de hoogte dat er binnenkort gemeenteraadsverkiezingen zullen plaatsvinden. Op de vraag of men voornemens is te gaan stemmen in maart, antwoordde 86.7% ‘ja’. Slechts 3.3% gaf aan zeker te weten niet te gaan stemmen. Van alle deelnemers weet exact tweederde bovendien al op welke partij hij/zij gaat stemmen. Ook in Hardenberg blijkt het politieke landschap zeer gefragmenteerd. De verschillen tussen de partijen blijken namelijk erg klein. Het CDA is favoriet, met 14.4%, gevolgd door PvdA (11.1%) en ChristenUnie (8.9%). Tien procent geeft aan niet te willen zeggen op welke partij hij/zij gaat stemmen.

Verbeterpunten

De enquête draait, zoals gezegd, voornamelijk om de twee vragen die ook aan de lijsttrekkers van de deelnemende partijen zijn gesteld: wat dient er naar uw mening te veranderen in Hardenberg en waarover bent u erg te spreken? De respondenten waren volledig vrij te antwoorden: er zat geen limiet aan het aantal gebruikte tekens. Zodoende noemden sommige respondenten ook meerdere thema’s. In onderstaand diagram zijn alleen de thema’s vermeld die tenminste drie keer genoemd werden, de andere zijn geschaard onder ‘overig’.

De antwoorden wijzen uit dat een groot deel van de ‘Hardenbergers’ wel klaar is met ‘zondag als rustdag’: voor bijna negentien procent geldt dat zondagopenstelling van de winkels, al dan niet met een beperking (bijvoorbeeld één keer per maand), het belangrijkste punt van verandering is. Zo zegt een 55-jarige man uit Hardenberg: “De gemeente c.q. bestuursdienst dient werk zoveel mogelijk uit te besteden aan lokale ondernemers. Winkeliers mogen zelf uitmaken wanneer zij geopend zijn, dus ook op zondag.” Een vrouw uit Sibculo (50 jaar) is al tevreden met “één koopzondag in de maand” terwijl een 64-jarige Gramsbergenaar hoopt op “enkele koopzondagen per jaar.” De algemene teneur is, zoals een Hardenberger van 33 het verwoordt: “Winkeliers moeten zelf kunnen kiezen.”

Het tweede pijnpunt blijkt betaald parkeren in Hardenberg te zijn. Voor zo’n één op de zeven respondenten is dit de voornaamste doorn in het oog. Opvallend is dat een groot gedeelte van de mensen die aangeven voor het afschaffen van betaald parkeren te zijn, tevens voorstander is van zondagopenstelling van de winkels. Wat betreft een 73-jarige man uit Gramsbergen dient Hardenberg een voorbeeld te nemen aan Coevorden, alwaar het parkeren gratis is en het aantal koopzondagen sinds medio 2016 heeft toegenomen.

Verder geeft een gedeelte van de geënquêteerden aan dat het zich stoort aan de in hun ogen beperkte aandacht die er vanuit de politiek naar de kleinere kernen zou gaan. “Niet alleen in de stad Hardenberg moeten voorzieningen voor inwoners getroffen worden, maar ook de buitengebieden mogen niet worden vergeten”, aldus een 50-jarige vrouw uit Sibculo. Een 73-jarige Dedemsvaarter sluit zich hierbij aan en denkt daarbij ook aan de vele vrijwilligers die dagelijks op de been zijn. Hij stelt: “Er moet meer aandacht van de gemeente komen voor het behoud van de voorzieningen in de kernen en kleine kernen, welke veel zelfwerkzaamheid vergen. Voorzieningen moeten zondanig ingericht worden dat de mate van zelfwerkzaamheid ook beperkt kan worden. Dit om overbelasting van vrijwilligers te voorkomen, zodat ze er mee stoppen.”

Hiermee raakt hij aan het thema ‘burgerparticipatie’, dat volgens vijf procent van de deelnemers meer aandacht verdient. Een 64-jarige man uit Dedemsvaart is hard in zijn oordeel. “Ze menen dat alles wat ze doen goed is voor de burgers en rammen alles erdoor. Gewoon walgelijk.” Bijval krijgt hij van een Hardenberger (49): “Ze moeten zich ervan bewust te zijn dat zij door de inwoners van de gemeente zijn gekozen en moeten stoppen met het uitmelken van hun inwoners.” Een 47-jarige Sibculoër is ietwat genuanceerder. Hij stelt: “De gemeente zou meer oog moeten hebben voor de belangen van de burgers (woonomgeving, kwaliteit van leven) en niet altijd zonder meer alle ruimte bieden aan ondernemers.” Een andere man (21, Hardenberg) lijkt eerder kansen te zien: “Meer met de inwoners samenwerken. Bijvoorbeeld rondom energietransitie en werk.”

Tevreden

Behalve naar de verbeterpunten, is de respondenten ook gevraagd aan te geven waarover zij momenteel juist bijzonder te spreken zijn in hun gemeente. Opvallend: waar er slechts drie respondenten waren die aangaven de vraag met betrekking tot verbeterpunten niet te kunnen beantwoorden, wisten liefst 36 personen niets te bedenken waarover zij te spreken zijn. De antwoorden die in deze richting wijzen varieerden van ‘weet ik niet’ of ‘geen idee’ tot ‘ik ben nergens te spreken over’. Eén persoon gaf juist aan ‘overal’ tevreden over te zijn.

Zoals blijkt uit het bovenstaande cirkeldiagram, is ‘natuur’ het meest geroemde thema binnen de gemeente Hardenberg. Vooral het nog volop in ontwikkeling zijnde Vechtpark (Hardenberg) oogst veel lof. Er wordt onder andere gesproken van een “mooi park dat het aanzien van de stad vergroot”. Anderen zijn over het algemeen te spreken over het onderhoud van het groen (zo stellen bijvoorbeeld een 34-jarige vrouw uit Schuinesloot en een 42-jarige Dedemsvaarter).

Verder blijkt er beslist geen consensus te bestaan over het afschaffen van de zondagsrust. Waar, zoals hierboven al bleek, een groot deel van de ‘Hardenbergers’ wel heil zien in een al dan niet gedeeltelijke zondagopenstelling van de winkels, wordt de zondagsrust juist ook genoemd als iets dat beslist behouden dient te worden. Aangetekend moet worden dat 80% van de respondenten die dit thema noemden afkomstig is uit de stad Hardenberg.

Uit het derde punt van tevredenheid blijkt vervolgens dat de inwoners van de gemeente Hardenberg veel waarde hechten aan gratis parkeren. Waar het afschaffen van betaald parkeren in Hardenberg één van de meestgewenste veranderingen bleek te zijn, wil men in Dedemsvaart juist voorkomen dat dit ingevoerd wordt. Overigens gaan er ook stemmen op om het betaald parkeren in Hardenberg juist te handhaven.

Tevens geven enkele respondenten aan tevreden te zijn over het gemak waarmee zij de gemeente kunnen bereiken. Zo zegt een 50-jarige vrouw uit Sibculo: “De gemeente Hardenberg is een laagdrempelige gemeente. De raadsleden zijn benaderbaar en ook het gemeentehuis (wat ik één van de mooiste gebouwen van Nederland vind!) is goed te bereiken en de wachttijden zijn kort.” Aan deze laagdrempeligheid lijkt ook een 32-jarige Dedemsvaarter te raken: “De hele gemeente is dorps, inclusief Hardenberg zelf, het hoeft niet stads te worden.”

Tot slot blijkt men tevreden te zijn over het aanbod van (goedkope) sociale huurwoningen, de investeringen in het verenigingsleven en staat ook de burgemeester van Hardenberg er – tenminste volgens een 50-jarige Sibculose en een vrouw van 47 uit Dedemsvaart – goed op. Eveneens bestaat er tevredenheid over de (plastic) afvalinzameling.

Overeenkomsten politiek en burgers

Nu we hebben kunnen vaststellen welke verkiezingsthema’s er volgens de politiek relevant zijn en waaraan de inwoners van de gemeente Hardenberg juist waarde hechten, kan voorzichtig geconcludeerd worden welke partijen dichtbij de burgers staan. Aangetekend dient te worden dat de lijsttrekkers gevraagd is het voornaamste punt van verandering en behoud te noemen. Dit wil dus niet zeggen dat alle niet-genoemde thema’s voor hen onbelangrijk zijn.

Uit de interviews met de lijsttrekkers bleek dat de verkiezingen om een viertal hoofdthema’s draaien: armoedebeleid, duurzaamheid/milieu, ‘noaberschap’ en zondagsrust. De voorman en –vrouwen van ChristenUnie, GroenLinks en PvdA hebben van betere hulp voor minderbedeelden een verkiezingsspeerpunt gemaakt. Echter, van alle geënquêteerden gaf slechts één persoon aan een verandering op het gebied van armoedebestrijding als voornaamste punt van verandering te zien. De kans dat deze drie partijen stemmen gaan binnenhalen op basis van dit standpunt, lijkt dan ook niet erg groot.

Waar duidelijk wel raakvlakken blijken te zijn tussen politiek en maatschappij, is op het gebied van duurzaamheid en milieu. ‘Natuur’, als containerbegrip, is het meestgenoemde thema waarover de ‘Hardenbergers’ zeggen tevreden te zijn. Dat valt opmerkelijk te noemen, omdat zowel PvdA, D66 en OpKoers zich sterk maken voor beter beleid op dit vlak. Daarbij richten deze partijen zich wel voornamelijk op duurzame energie, een thema waarover de deelnemers aan de enquête zich veelal niet expliciet uitspraken. Wel gaven enkelen aan dat de aardgaswinning onder Hardenberg zou moeten afnemen of stoppen.

Het onderwerp waarover de meeste consensus lijkt te bestaan, is burgerparticipatie of ‘noaberschap’. De inwoners van Hardenberg geven aan dat zij graag zouden willen dat de politiek meer naar hen luistert en hun ideeën meer ondersteunt. Liefst vier partijen gaven aan het hier roerend mee eens te zijn, te weten D66, GroenLinks, OpKoers en VVD. De lokale partij OpKoers gaat zelfs volledig af op de stem van de samenleving.

Tot slot werd duidelijk dat ‘zondagsrust’ een heet hangijzer is. Vele Hardenbergers die de vragenlijst invulden, zien hier niet langer heil in en zijn van mening dat de winkels (al dan niet in beperkte mate) op zondag moeten kunnen openen. Echter is er ook een noemenswaardige groep die zondag als rustdag juist als het voornaamste punt van behoud beschouwen. Hierin vinden zij bijval van de ChristenUnie en de SGP, terwijl het CDA per kern wil bekijken wat het best functioneert. Van de overige (niet-christelijke) partijen maakte geen enkele het al dan niet openen van winkels op zondag tot een kernpunt.

Kortom: het lijkt alsof de standpunten van D66, GroenLinks en OpKoers het meeste overlappen met de wensen van de inwoners. Dit is zeer opmerkelijk te noemen, aangezien deze partijen, in omgekeerde volgorde, onder de inwoners van de gemeente Hardenberg het minst populair bleken. D66 zou namelijk 6.5% van de stemmen krijgen (evenveel als 50Plus), GroenLinks 4.3% en OpKoers kan, op basis van de enquête, slechts op 1.1% van de stemmen rekenen. Het invullen van de kieswijzer lijkt voor een groot gedeelte van de inwoners van de gemeente Hardenberg dan ook niet onverstandig.

Gemeenteraad Hardenberg: verkiezingsthema’s

©detoren.net

HARDENBERG – Met de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart op komst, hebben de deelnemende partijen in Hardenberg hun verkiezingsprogramma’s klaar. Sommige kort en overzichtelijk, andere lang en uitgebreid. Vanzelfsprekend barst iedere fractie van ambitie, maar tegelijkertijd zal ook eenieder beseffen dat het – in de politiek versplinterde samenleving waarin we leven – onmogelijk is om al deze uitgangspunten te realiseren. Dit gegeven samengevoegd met het feit dat de meeste stemgerechtigden niet de tijd en/of moeite zullen nemen om alle partijprogramma’s door te spitten, leidde ertoe dat de lijsttrekkers van de deelnemende partijen twee vragen voorgeschoteld kregen: wat dient er volgens uw partij beslist te veranderen in de gemeente Hardenberg en waarover bent u momenteel juist bijzonder te spreken? Aan de hand van een viertal door meerdere partijen genoemde thema’s kwam zodoende het volgende overzicht tot stand.

Armoedebeleid

De afgelopen vier jaar is er onder leiding van wethouder René de Vent (PvdA) een koerswijziging ingezet op het gebied van armoedebestrijding, zo stelt PvdA-lijsttrekker Gitta Luiten. Ze spreekt van “ambitieus, nieuw beleid”, maar voegt eraan toe dat “we hier vooral mee moeten doorgaan.” De verander(en)de aanpak die de laatste jaren is ingezet, betrekt zich vooral op de wijze waarop mensen met financiële problemen hulp wordt aangeboden. Waar er voorheen “een schoenendoos met rekeningen op tafel werd leeggegooid”, zijn ambtenaren en hulpverleners nu juist getraind om hulpbehoevenden op een positieve manier te benaderen, “zodat zij hun leven weer in eigen hand kunnen krijgen”, aldus Luiten. Benadrukken wat mensen nog wél kunnen, dat is volgens de PvdA-voorvrouw de kerngedachte.

Ook Sake-Christiaan Stelpstra van de ChristenUnie en GroenLinks-lijsttrekker Anne van den Hoek noemen armoedebestrijding als een belangrijk speerpunt. Beide partijen zijn van mening dat er op dit vlak een verandering dient plaats te vinden. Stelpstra: “Onze ambitie is om armoede helemaal uit te bannen. Er is een heleboel opgetuigd voor mensen die zorg nodig hebben, maar het is haast een kerstboom vol geworden, met allerlei regelingen. De ChristenUnie wil dit versimpelen en beter toegankelijk maken.” Er zijn in de raad partijen, zo stelt Stelpstra, die willen dat iedereen een basisinkomen krijgt. De ChristenUnie ziet er meer heil in om ieder geval afzonderlijk te bekijken. Daarbij moet de overheid “zich alleen bemoeien met degenen die het nodig hebben, niet met degenen die geen hulp behoeven”, aldus de CU-voorman. Zijn partij staat een pro-actieve rol van de overheid voor. “Stel, je hebt een minimuminkomen en kinderen, dan ontvang je voor een bepaald bedrag per jaar aan sportkleding en lidmaatschapsgelden. Dit moet je zelf aanvragen wanneer je kind wil gaan sporten of muziekles wil volgen. Echter, niet iedereen is hiervan op de hoogte. Of er is sprake van laaggeletterdheid, waardoor het niet mogelijk is om alle formulieren in te vullen. De overheid moet deze mensen actief benaderen.”

Anne van den Hoek (GroenLinks) ziet in werk een essentiële pijler onder armoedebestrijding. “Werk voorkomt armoede, voorkomt sociale isolementen, voorkomt een heleboel”, aldus Van den Hoek. “Niet iedereen kan betaald werk doen, maar weten dat wat je doet toegevoegde waarde heeft, maakt dat iemand beter kan participeren.” Een ‘groene economie’ is hierbij wat haar partij betreft leidend. Ze stelt dat er de komende vijf jaar in de provincie Overijssel ongeveer tienduizend banen in de logistiek bijkomen. Hetzelfde geldt voor de bouw en technische ontwikkelingen. Deze banen kunnen volgens GroenLinks uitstekend ingevuld worden door mensen die momenteel niet aan de bak komen. “Mensen moeten beoordeeld worden op basis van competenties, niet op basis van hun cv.” De gemeente moet volgens Van den Hoek een verbindende rol spelen tussen instanties zoals het Regionaal Techniek Centrum, Alfa College, ondernemers en werkzoekenden, om zo omscholing mogelijk te maken. Het UWV of de gemeente zou dan één ‘regisseur’ moeten aanstellen, die intakegesprekken houdt met werkzoekenden. De proeftijd van werkzoekenden ziet GroenLinks graag van drie naar zes maanden verlengd worden, zodat werkzoekenden meer tijd krijgen om hun kwaliteiten te laten zien en werkgevers minder ‘regeldruk’ zullen ervaren.

Duurzaamheid/milieu

Waarover de PvdA minder te spreken is, is de aandacht die er in de voorbij periode geweest is voor natuur en milieu. Zo gebruikt Hardenberg nog steeds “vrij heftige” bestrijdingsmiddelen. “Bovendien”, zo stelt Luiten, “willen veel boeren graag een omslag maken in hun bedrijf. Ze willen duurzamer of natuurvriendelijker werken.” Boeren die uit eigen beweging aangeven graag hun bedrijf op een duurzame manier te willen veranderen, verdienen volgens Luiten steun van de gemeente. Ze vindt hierin bijval van D66-lijsttrekker Jacco Rodermond. Zijn ambitie is om in 2040 energieneutraal te zijn, wat betreft energieopwekking en het gebruik van materialen. Dat wil niet zeggen dat er overal windmolens “neergeplant” moeten worden. “We willen onze inwoners uitdagen om met elkaar na te denken over oplossingen om richting duurzame energie te gaan”, aldus Rodermond. Daarbij moeten aannemers van nieuwbouwprojecten “eigenlijk wel verplicht worden om goed te hebben nagedacht over de omgang met energie.” Annie Kelder, van de lokale partij OpKoers, kan zich vinden in het ‘windmolenstandpunt’. “Alternatieve energie is goed, maar het moet geen belemmeringen opleveren voor bewoners.”

‘Noaberschap’

Dit standpunt vloeit voort uit het belangrijkste speerpunt van OpKoers, namelijk dat er geluisterd dient te worden naar de inwoners van de gemeente Hardenberg. Gevraagd naar wat er beslist onaangeroerd moet blijven, geeft Annie Kelder dan ook aan dat ze die vraag niet kan beantwoorden. OpKoers gaat immers af op de inbreng vanuit de bevolking en dat houdt automatisch in dat er vooral zaken veranderd moeten worden. Hierbij sluit niet alleen Jacco Rodermond (D66), zoals hierboven reeds omschreven, zich aan, maar ook de VVD, bij monde van lijsttrekker Bert Gelling. “Ideëen van ondernemers moeten we faciliteren, niet frustreren”, zo stelt de liberaal. Daarbij is de VVD van mening dat er in het verleden teveel geld is uitgegeven op initiatief van de gemeente, zonder dat de inwoners hierin gekend zijn. Hij spreekt van een ‘financieel bewustwordingsproces’. “Ik zie hier in de gemeenteraad mensen hun vinger opsteken voor investeringen van tientallen miljoenen, terwijl ik zeker weet dat ze een week wakker liggen wanneer thuis de diepvries het begeeft”, aldus Gelling. Als voorbeeld noemt hij de ‘enorme grondportefeuille’ die is opgebouwd. “Honderd hectare bedrijventerrein, waarop niemand afkwam. Het centrum van Hardenberg is veel te groot,er is sprake van een structureel overaanbod. In Dedemsvaart is dat niet anders.”

Aansluitend bij de gewenste toenemende verantwoordelijkheid voor bewoners en ondernemers, is de term ‘noaberschap’, ofwel sociale samenhang. Dit begrip wordt door zowel D66’er Rodermond als Van den Hoek (GroenLinks) aangehaald als iets waarover men te spreken is binnen Hardenberg. Van den Hoek geeft de gang van zaken rond het bouwen van een MFA (multifunctionele accommodatie) in De Krim als voorbeeld. “Het geeft aan dat wij, vanuit een wat ‘logger’ systeem, met allerlei regeltjes, te langzaam bewegen in de richting van de ontwikkelingen in de samenleving. Er moet dus een omgekeerde participatiesamenleving komen: de politiek doet mee met de mensen, niet andersom.” Rodermond is het hiermee eens. “Als de samenleving samenkomt om iets te realiseren en het lukt net niet, dan zou de politiek moeten bijspringen. Er zijn heel veel actieve mensen in de gemeente Hardenberg, die heel veel mooie dingen doen, dat zou de politiek wat meer kunnen ondersteunen.”

Aan het bovenstaande wordt door Gijs Schuurman van 50Plus nog toegevoegd dat de bereikbaarheid van de gemeente zijns inziens uitstekend is. “Het is bijvoorbeeld goed mogelijk om een afspraak met een wethouder te maken. We zitten niet in een glazen koepel en blijven daar zitten, maar zijn aanspreekbaar. Dat moeten we vooral zo houden”, aldus Schuurman.

Zondagsrust

In de huidige gemeenteraad bevinden zich twee partijen met een uitgesproken christelijke signatuur (CDA en ChristenUnie), hier komt mogelijk een derde partij bij. De SGP neemt dit jaar namelijk, evenals 50Plus, voor het eerst deel aan de verkiezingen in Hardenberg. Net als de ChristenUnie beschouwt de SGP, onder aanvoering van lijsttrekker Bert Hutten, zondagsrust als een speerpunt van het verkiezingsprogramma. “De zondag is een bijzondere dag. De SGP vindt het belangrijk dat deze dag uniek blijft.” Daarbij gaat het de SGP niet puur en alleen om de link met de bijbel, maar beschouwt de partij de vrije zondag ook als “een belangrijk sociaal en maatschappelijk rustpunt in de week. Gezondheidsproblemen door stress, burn-out en overspanning nemen toe.” Hierbij sluit de ChristenUnie zich aan. “Een rustdag is nu eenmaal goed voor de gezondheid en gezinssaamhorigheid”, aldus fractievoorzitter Stelpstra. Hij stelt bovendien dat kleine ondernemers min of meer gedwongen zullen worden ook op zondag open te gaan, terwijl ze er niet meer aan zullen verdienen. “Er treedt erosie op: grootwinkelbedrijven, zoals Albert Heijn, gaan dingen verkopen die kleine ondernemers verkopen.”

De derde christelijke partij, het CDA, stelt zich in haar verkiezingsprogramma flexibeler op. “De kernen binnen de gemeente Hardenberg zijn heel verschillend. Ook als het gaat om de beleving van de zondag. Daarom moeten meer kerngericht besluiten worden genomen over de winkeltijden, waarbij alle lokale belangen en persoonlijke zorgen zo goed mogelijk worden afgewogen.”

Overige thema’s

Waarover 50Plus minder te spreken is, is de verdeling van de Wmo-gelden (Wet maatschappelijke ondersteuning). Dit is geld waarop hulpbehoevenden aanspraak kunnen maken, wanneer zij niet op eigen kracht zelfredzaam zijn en zodoende zonder hulp niet zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. De gemeente voorziet in de verdeling van deze gelden. Momenteel, zo constateert 50Plus-lijsttrekker Schuurman, ontstaat er echter een Wmo-overschot dat niet in de zorg gestoken wordt, maar in de ‘algemene pot’ verdwijnt en zodoende voor andere doeleinden wordt ingezet. Dit dient volgens 50Plus beslist te veranderen. “Het is niet onze bedoeling om met geld te gaan smijten, maar het moet wel besteed worden aan datgene waarvoor het bedoeld is”, zo verduidelijkt Schuurman.

Ook de SGP hecht waarde aan (betere) zorg. “Zorg voor jong en oud, dat is waar de SGP de focus op wil leggen. Voor jongeren is dat bijvoorbeeld goede jeugdzorg, in een zo vroeg mogelijk stadium eventuele problemen signaleren en daarna werken aan een passende oplossing. Zorgen voor goede scholing, vroegtijdig schoolverlaten voorkomen. Voor ouderen is dat bijvoorbeeld laagdrempelige toegang tot het zorgloket, medische zorg is dichtbij in de eigen kern bereikbaar, thuiszorg optimaal inzetten waar nodig en als zelfstandig wonen niet meer mogelijk is, zorgen voor een passende plaats om te wonen.”

Het CDA laat bij monde van fractievoorzitter Martijn Breukelman weten dat het belangrijkste punt van verandering naar hun mening de opwaardering van de stationsomgeving in Hardenberg is. Daarbij “is er veel geïnvesteerd in bedrijventerreinen, woningbouw en sport. Dat willen wij ook de komende jaren graag.” VVD’er Gelling is hier overigens uitgesproken op tegen en stelt dat ‘niemand gevraagd heeft om voor 25 miljoen voor de zoveelste keer het station aan te passen.’

Waarover het CDA daarentegen wel te spreken is, is de belastingverlaging die sinds 1 januari 2018 is ingegaan. “Hiervoor heeft het CDA nadrukkelijk gepleit en wat ons betreft blijft dat ook de komende vier jaar zo”, aldus Breukelman. Ook OpKoers voorziet in een kostenbesparing voor de Hardenbergers, maar dan middels het afschaffen van betaald parkeren in de stad.

Op een rijtje

Nog eens samengevat: wat moet er volgens de diverse partijen zo snel mogelijk veranderen (-) en waarover is men juist al tevreden (+)?

50Plus
– Verdeling Wmo-gelden: moet naar waar het voor bestemd is, namelijk de zorg.
+ Bereikbaarheid van de gemeente voor inwoners.

CDA
– Opwaardering van de stationsomgeving.
+ Belastingverlaging.

CU
– Armoede in de samenleving.
+ Zondagsrust.

D66
– Duurzaamheid, met verantwoordelijkheid voor inwoners.
+ ‘Noaberschap’.

GroenLinks
– Omscholing/minder werkloosheid.
+ ‘Noaberschap’.

OpKoers
– Aandacht voor kleinere kernen, gratis parkeren.
+ Strijdbaar blijven tegen windmolenparken.

PvdA
– Natuur en milieu.
+ Armoede in de samenleving.

SGP
– Jeugd- en ouderenzorg.
+ Zondagsrust.

VVD
– Meer luisteren naar ideëen uit de maatschappij/ondernemers.
+ Overheidsfinanciën blijven terugdringen.

De toekomst van Oranje: data aan het woord

Dat het Nederlands elftal het WK in Rusland zou mislopen, stond al enige tijd vast. De voornaamste vraag die de afgelopen tijd onbeantwoord bleef, ging over de toekomst van Dick Advocaat. Blijft-ie of blijft-ie niet? Na het laatste oefenduel met Roemenië gaf de recordbondscoach aan er de brui aan te geven. Zodoende wacht de KNVB de taak een nieuwe nationale oefenmeester aan te stellen. Een trainer die ongetwijfeld als taak krijgt ‘door te selecteren’, de selectie te verversen. Sterspeler Arjen Robben gaf immers reeds aan te stoppen als international, generatiegenoten Wesley Sneijder en Robin van Persie zullen het komende EK in 2020 eveneens niet meer meemaken en de nodige jongere spelers toonden de afgelopen kwalificatieperiode aan niet van voldoende niveau te zijn om Oranje naar eindtoernooien te loodsen.

Nieuwe Oranjekandidaten dus, waar vind je ze? Moet de nieuwe bondscoach het hele land door, of kan hij zijn aandacht richten op specifieke provincies? Uit welke regionen komen de ‘langst houdbare’ internationals, waar we de komende pakweg tien jaar mee verder kunnen? Waar komen de geboren doelpuntenmakers vandaan? De opvolger van aanvoerders Robben en Sneijder, waar stond statistisch gezien waarschijnlijk zijn wieg? Data bieden interessante inzichten. Van Lambert Verdonk tot Donny van de Beek: een analyse op basis van de gegevens over alle voetballers die tussen 1964 – tien jaar voor het succesvolle WK ’74 – en nu debuteerden in Oranje.

De afgelopen 53 jaar maakten in totaal 356 spelers hun debuut in het Nederlands elftal, vanzelfsprekend met wisselend succes. Zo ontvingen op 16 november 1994 zowel Youri Mulder – geboren in Brussel, toen vader Jan voor Anderlecht speelde – als Amsterdammer Patrick Kluivert hun haasje. Waar de interlandcarrière van eerstgenoemde beperkt bleek tot negen duels, groeide Kluivert uit tot houder van het doelpuntenrecord, totdat dit door Robin van Persie verbroken werd. En terwijl John Veldman, uit Paramaribo, op 24 april 1996 zijn eerste en enige wedstrijd in Oranje speelde, was dit voor geboren Eindhovenaar Phillip Cocu slechts de eerste van in totaal liefst 101 interlands. Alle Nederlandse provincies hebben tenminste één international voortgebracht, terwijl twaalf andere landen dan Nederland eveneens de geboortegrond vormden voor Oranjeklanten. Onderstaand diagram geeft dit weer.

Veruit de meeste internationals werden geboren in Zuid- of Noord-Holland, terwijl ook Noord-Brabant en Gelderland een oranje voedingsbodem blijken te hebben. Dat de meesten uit de Randstad komen, mag geen verrassing heten. Ajax en Feyenoord zijn nu eenmaal altijd hofleverancier geweest van het Nederlands elftal en pikken hun talenten, zoals iedere Nederlands profclub, voornamelijk op in de eigen regio. Hetzelfde geldt voor het Brabantse PSV, waarbij tevens vermeld dient te worden dat Noord-Brabant nog liefst zeven andere profclubs telt. Gelderland kent ‘slechts’ De Graafschap, NEC en Vitesse en is daarmee enigszins de vreemde eend in de bijt. Wat verder opvalt is de hoge positie van Suriname, waar meer internationals vandaan komen dan uit de provincies Groningen, Friesland, Zeeland, Flevoland en Drenthe. Er zijn nog drie andere landen waar meer dan één Oranjeklant het leven zag, te weten Zwitserland (de gebroeders Siem en Luuk de Jong en Terence Kongolo), Canada (John van ’t Schip en Jonathan de Guzman) en Liberia (de broers Collins en Ola John).

Wat vertellen deze gegevens ons nu? Niet zo heel veel, eigenlijk. Om het één en ander inzichtelijker te krijgen, is het wellicht interessant om te kijken hoeveel interlands de voetballers uit al deze verschillende regio’s speelden. Immers, het is aannemelijk dat in dit geval kwaliteit en kwantiteit hand in hand gaan. Goede spelers worden vaker opgeroepen, voor mindere spelers blijft het doorgaans bij (een) enkele interland(s). Ook met het oog op de toekomst is dit relevant: het Nederlands elftal heeft een fundament nodig waarmee het jaren vooruit kan. Laten we daarom een blik werpen op het volgende diagram, dat het aantal internationals per provincie/land afzet tegen de hoeveelheid wedstrijden die deze voetballers in Oranje speelden. Om een representatieve weergave te krijgen, zijn alleen de provincies/landen opgenomen die tenminste vijf verschillende internationals voortbrachten. Zodoende vallen de provincies Flevoland en Drenthe buiten de data, evenals alle landen, met uitzondering van Suriname.

Deze vorm van nuance werpt duidelijk een nieuw licht op de zaak. Waar de meeste internationals uit Zuid-Holland bleken te komen, valt nu te zien dat zij zeker niet de meeste interlands op hun naam hebben staan. Spelers uit maar liefst zes andere regio’s blijken ‘duurzamer’ dan de Zuid-Hollanders. Dit geldt bijvoorbeeld voor de 22 Utrechters in Oranje, die gemiddeld 26 interlands speelden. Dit aantal wordt voornamelijk opgekrikt door recordinternational Wesley Sneijder (133 interlands), Hans van Breukelen (73), Jan Wouters (70) en Marco van Basten (58). De hoge score voor de Zeeuwen komt op het conto van Willem van Hanegem (52) en Danny Blind (42), terwijl Groningen vertegenwoordigd wordt door Arjen Robben (96), Arie Haan (35) en Hugo Hovenkamp (31). En ondanks dat Clarence Seedorf naar eigen zeggen veel meer interlands had kunnen spelen dan de 87 die hij op zijn naam heeft staan, houdt hij samen met Aron Winter (84) en Edgar Davids (74) het aandeel ‘Suriname’ hoog. Tevens valt op dat, evenals Zuid-Holland, ook Gelderland een vrije val maakt, in vergelijking met het eerste diagram. Van alle 38 Gelderse internationals speelden er liefst negen slechts één interland, terwijl er maar vijf Gelderlanders boven de dertig interlands uitkomen (Jan Peters, Jasper Cillessen, Roy Makaay, Klaas-Jan Huntelaar en Marc Overmars).

Voor internationals die een poos meekunnen, moeten we dus in Noord-Holland, Utrecht, Zeeland en Groningen zijn. Maar dan het strijdplan. Laten we uitgaan van het adagium van Cruijff: “Je moet altijd zorgen dat je een doelpunt meer scoort ‘als’ de tegenstander.” Waar komen deze goals dan doorgaans vandaan? Kijken we naar absolute aantallen, dan is het antwoord ‘Noord-Holland’, zoals ook blijkt uit het cirkeldiagram hierboven. Dat ook Zuid-Holland, Noord-Brabant en Gelderland tamelijk hoog scoren, mag gezien de al eerder vastgestelde hoeveelheid internationals uit deze provincies geen verrassing heten. Echter, een club zal eerder een spits kopen die tien keer scoort in twintig wedstrijden, dan een ander die er twintig maakt in honderd duels. Het gaat om efficiëntie, ook wat betreft Oranje. Het aantal wedstrijden dat een speler gemiddeld nodig heeft om een doelpunt te maken, is daarom hieronder weergegeven.

Gemiddeld scoort een Oranje-international één keer per acht wedstrijden. Uit deze gegevens valt af te lezen dat Zuid-Hollanders, Surinamers, Friezen en Limburgers gemiddeld tweeënhalf keer zoveel wedstrijden nodig hebben om een doelpunt te maken dan Groningers. Ook Noord-Hollanders en Gelderlanders scoren aanmerkelijk makkelijker dan spelers uit deze vier regio’s, terwijl spelers uit Utrecht en Noord-Brabant eveneens (net) onder het gemiddelde zitten. Voor Zeeuwen en Overijsselnaren geldt dat ze net wat minder efficiënt zijn dan hun doorsnee collega.

Kanttekening hierbij is dat het aantal doelpunten per speler nogal afhankelijk is van de positie waarop deze speelt. Het volgende staafdiagram laat zien hoe de verschillende provincies qua posities op het veld verdeeld zijn. Gesorteerd is op het percentage aanvallers. Relatief gezien blijken de noordelijke provincies de meeste aanvallers op te leiden, terwijl uit Zuid-Holland en Gelderland voornamelijk respectievelijk verdedigers en middenvelders komen. Voor Noord-Holland, de provincie met de meeste interlands, geldt dat er geen enkele positie uitspringt. Des te opvallender is daarom dat Noord-Hollandse internationals desondanks na Groningers het meest efficiënt zijn als het om doelpuntenmaken gaat, gevolgd door Gelderland, dat nauwelijks aanvallers levert. Scorende middenvelders vind je kennelijk in de Achterhoek of op de Veluwe. Verder lijkt het weinig zin te hebben om spitsen op te roepen uit Friesland of Overijssel, deze scoren zelden.

Gaat het over Groningse doelpuntenmakers, dan gaat het over Arjen Robben. Met het afscheid van de man uit Bedum levert Oranje 37 doelpunten in 96 interlands in. Maar dat niet alleen, het houdt tevens in dat er een nieuwe aanvoerder aangewezen moet worden. Nu ook Wesley Sneijder langzamerhand naar de uitgang wordt gedirigeerd, ligt het voor de hand dat Kevin Strootman voorlopig de band draagt. Maar waar komen de leiders van de toekomst vandaan?

Op basis van de cijfers uit het verleden (zie diagram hieronder: aantal interlands met aanvoerder uit provincie X gedeeld door het totale aantal gespeelde interlands door spelers uit provincie X) is het meest voor de hand liggende antwoord op die vraag ‘Zeeland’. Dit beeld wordt echter behoorlijk gekleurd door het feit dat Danny Blind werd geboren in Oost-Souburg en in liefst twintig van zijn 42 interlands captain was. De enige andere Zeeuw die de band droeg, was Willem van Hanegem, in twee van zijn 52 duels in Oranje. Iets vergelijkbaars geldt voor de provincie Groningen, met Arjen Robben 24 maal als aanvoerder en Jeroen Zoet ooit één keer, terwijl de Limburgse eer uitsluitend door zestienvoudig Oranje-aanvoerder Mark van Bommel wordt hooggehouden. Wanneer deze drie provincies buiten beschouwing gelaten worden, wordt duidelijk dat de leiders van het Nederlands elftal door de jaren heen uit de Randstad komen. Met 71 wedstrijden is Frank de Boer uit het Noord-Hollandse Hoorn de absolute recordhouder, gevolgd door Ruud Krol (45) en Ruud Gullit (41), beiden afkomstig uit Amsterdam. Pas op plek negen komen we een niet-Randstedeling tegen, in de persoon van Arjen Robben, tussen Utrechter Wesley Sneijder en Rotterdammer Robin van Persie in. Kunt u zich overigens nog herinneren wanneer Denny Landzaat de eer had Oranje aan te voeren?

Al met al laten de data enkele zeer boeiende verbanden zien tussen de geografische oorsprong van Nederlands elftalspelers en hun prestaties in Oranje. Noord-Hollanders, Utrechters en Zeeuwen blijken het meest toekomstvast, zij spelen gemiddeld de meeste interlands. Spelers uit Friesland, Limburg, Overijssel en Gelderland daarentegen hoeven doorgaans niet te rekenen op een langdurige interlandcarrière. Groningers, Noord-Hollanders en Gelderlanders scoren het gemakkelijkst, terwijl van Zuid-Hollanders, Surinamers, Friezen en Limburgers nauwelijks doelpunten te verwachten zijn (met uitzondering van Robin van Persie en Dirk Kuyt). En tot slot: het kan haast niet anders dan dat we na wedstrijden vrijwel uitsluitend spelers uit de Randstad voor de camera te zien krijgen. Zij zijn, meer dan ‘provincialen’, geboren leiders en daarom bij uitstek geschikt om aanvoerder van Oranje te zijn. Dit zijn de theoretische bespiegelingen, nu de praktijk nog.