Het afscheid van een betaalde hobbyist

Raffie heeft afscheid genomen. Na achttien jaar, bijna zeshonderd wedstrijden en 196  goals voor club en land is het genoeg geweest. De geest wilde voor altijd door, maar het lichaam stribbelde tegen. De man die in 2003 als eerste de Golden Boy Award won als grootste talent van Europa, die op zijn 21ste aanvoerder van Ajax werd, die subtopper HSV de Champions League inschoot, die met een hakbal scoorde in de ArenA én Bernabéu, die als speler van de Spurs werd genomineerd voor de titel van beste speler van de Premier League, die een WK-finale speelde. Die Rafael van der Vaart neemt afscheid, in Esbjerg. Ver verwijderd van de spotlights. Mooier had het niet gekund.

Rafael van der Vaart heeft waargemaakt waar ieder jochie van droomt. Opgegroeid op het woonwagenkamp, uitgegroeid tot superster. Tot superster zonder sterallures. Rafael van der Vaart maakte niet – zoals voor andere voetballers geldt – van zijn hobby zijn werk. Voor Van der Vaart bleef het voetbal altijd een (goedbetaalde) hobby. Of het nu op een kolkend White Hart Lane was of voor minder dan tienduizend toeschouwers in het stadion van FC Midtjylland: zolang de bal rolde, was ‘Rafa’ gelukkig.

Eigenzinnig, zelfbewust, met een gezonde dosis flair, nergens van onder de indruk. De kritiek die hem soms ten deel viel, leek Van der Vaart weinig te deren. “Te dik, geen topsportmentaliteit, had veel meer uit zijn carrière kunnen halen.” Het zijn zomaar wat kreten die de afgelopen achttien jaar met enige regelmaat voorbij zijn gekomen. Het beeld van een frikandellen verorberende nepsporter ging een eigen leven leiden. Dat de Heemskerker niet 24 uur per dag met zijn sport bezig was, lijkt buiten kijf te staan. Maar hij was wel pas de vijfde Nederlander ooit die de grens van honderd interlands slechtte. Niet gek, voor een veredelde amateurvoetballer, zoals de tendens soms leek.

Rafael van der Vaart is zonder twijfel de meest elegante speler die ik ooit live in een Oranje-shirt in actie heb mogen zien. Hij had meer techniek dan krachtpatser Wesley Sneijder, meer overzicht dan werkpaard Arjen Robben en nog iets meer finesse dan collega-rasvoetballer Robin van Persie. Had hij ook de geldingsdrang en het doorzettingsvermogen van generatiegenoten als Kuyt en Robben gehad, dan hadden we nu wellicht gesproken van de Legendarische Nummer 23. Maar Van der Vaart was geen Verlosser. Van der Vaart werd liefkozend der Kleine Engel genoemd.

De straatvoetballer voor wie tienduizenden mensen naar het stadion kwamen houdt er nu definitief mee op. Onlangs kreeg hij van de KNVB al een fraai eerbetoon, voor de 109 keer dat hij met trots zijn land vertegenwoordigde. Een mooi afscheidsduel, met bijvoorbeeld zijn oud-collega’s van Ajax en HSV, de clubs waarvoor hij de meeste wedstrijden speelde, zou Rafael van der Vaart toekomen. Scoren en daarna de publiekswissel. Nog één keer een vol stadion dat hem toejuicht. En vanaf dan lekker op zaterdagmiddag bij een derdeklasser doen wat hij altijd al gedaan heeft: een balletje trappen voor z’n plezier.

Column: Soldaat onder vuur van de media

Stelt u zich eens voor: op een dag hoort u een drenkeling roepen om hulp. U rent op het geluid af en in het water onderscheidt u een op het oog oudere man, die moeite heeft het hoofd boven water te houden. Zonder na te denken springt u erin. De spartelende man is inmiddels kopje onder gegaan, maar u weet waar hij zich moet bevinden. De adrenaline giert door uw lichaam en u duikt de man achterna. Op de tast grijpt u hem bij zijn arm en met moeite trekt u de man op het land. Een kennelijk zojuist gearriveerde omstandster heeft inmiddels 112 gebeld en binnen korte tijd arriveert een ziekenwagen, die de man meeneemt. Hij heeft water in zijn longen, maar zal het overleven, zo weet de ambulancebroeder u te verzekeren. Veel langer had het echter niet moeten duren. U heeft zijn leven gered.

Thuis vertelt u – nog vol adrenaline – aan uw partner wat er is gebeurd. U zag een man in het water, sprong erin, hielp hem aan land en belde meteen de ambulance, die gauw arriveerde. Maar wacht eens even: het was toch de vrouw die kwam aanlopen die de hulpdienst alarmeerde? Ach, het maakt het verhaal wel af wanneer u het ook nog eens was die belde. Vanzelfsprekend kan uw partner amper beseffen wat hij of zij zojuist heeft gehoord. Zo trots als een pauw is hij/zij op u.

De volgende dag komt uw partner thuis van het werk. Wat hem/haar nu toch ter ore gekomen is! Een collega was er gisteren getuige van dat een drenkeling uit het water gered werd. Zij kwam net aanlopen toen het slachtoffer naar de kant geholpen werd. Vanzelfsprekend had zij meteen het alarmnummer gebeld, om een ambulance te laten oproepen. Hoe had u dit nou kunnen doen, vraagt uw partner zich af. U had hem/haar wijsgemaakt dat ú 112 had gebeld. U had uw partner voorgelogen, een schande. Over het feit dat u de drenkeling in veiligheid had gebracht, werd niet meer gesproken. Hoe zou u zich voelen?

Waarschijnlijk heeft majoor Marco Kroon wel een vermoeden. Hij werd in 2009 geslagen tot Ridder der Militaire Willems-Orde 4e Klasse, een onderscheiding die sinds 1955 niemand meer had gekregen. Kroon werd geridderd uit dank voor zijn uiterst heldhaftige optreden tijdens een verkenningsmisie in Uruzgan, in 2006. Tijdens deze missie leed Kroons peloton geen personele verliezen, terwijl er onder de Talibanstrijders – met wie Kroon en de zijnen per toeval in conflict kwamen – wel slachtoffers vielen. Volgens toenmalig koningin Beatrix kreeg hij zijn decoratie “niet niet voor één enkele actie, maar voor zijn optreden als leider, als militair en als mens tijdens de hele missie”.

Momenteel ligt Marco Kroon echter figuurlijk onder vuur, nu er de nodige vraagtekens te plaatsen (b)lijken te zijn bij het ontvoeringsverhaal, dat hij in januari uit de doeken deed. Uit onderzoek van de Volkskrant blijkt dat Defensie geen bewijs heeft gevonden voor een geweldsincident dat zich in 2007 zou hebben afgespeeld en evenmin dat Kroon destijds enige tijd verdwenen zou zijn geweest. Volgens Kroons advocaat Gerard Knoops zijn er echter wel degelijk documenten die de lezing van zijn cliënt bevestigen. Daar er sprake is van staatsgeheime informatie en de bronnen van de Volkskrant hierdoor anonimiteit verzekerd is, blijft het voor de buitenwereld gissen welke versie van het verhaal (of wellicht een combinatie ervan) nu de waarheid is. De vraag is alleen: in hoeverre is dit heel relevant?

“Het land waarin heldenverering ongepast is”

Wat vaststaat is dat Kroon een militair is die meerdere keren is uitgezonden naar oorlogsgebieden als Irak en Afghanistan. Aangenomen mag worden dat hij hier dingen heeft gezien en meegemaakt die op zijn minst als schokkend en wellicht ook als traumatiserend beschouwd dienen te worden. Voor zijn manmoedige optreden in 2006 heeft hij de hoogst mogelijke militaire onderscheiding gekregen. Dat dit verdiend is, mag worden geconcludeerd uit het feit dat er tweeënhalf jaar intensief onderzoek aan voorafging. Mocht het verhaal over zijn ontvoering en het doden van zijn gijzelnemer verzonnen zijn – waar mogelijk nooit duidelijkheid over zal komen – dan doet dit aan bovengenoemde niets af.

Dankzij de berichtenstroom van de laatste maanden, die langzaamaan het karakter van een hetze begint aan te nemen, ontstaat echter de kans dat Marco Kroon de geschiedenisboeken in zal gaan als leugenaar of fantast en niet als buitengewoon dappere en kundige krijgsman. En hoe pijnlijk dit ook is, het is kenmerkend voor Nederland. Het land waar helden van hun sokkel worden gestoten, als ze al de kans krijgen er überhaupt op geplaatst te worden. Het land waarin tunnels en straten van naam moeten veranderen omdat deze doen herinneren aan ons koloniale verleden. Het land waarin het eeuwen moet duren voordat een stadion naar ’s lands beste voetballer aller tijden vernoemd wordt. Het land waarin de grootste volkszanger die we gekend hebben vooral herinnerd wordt als notoire dronkenlap. Kortom: het land waarin heldenverering haast als ongepast beschouwd wordt.

Waar een klein land klein in kan zijn.

Column – Salaris Hamers: ING slaat plank mis

Wat is het toch heerlijk, die vrijheid van meningsuiting. De CEO van ING was een riante salarisverhoging toegezegd en daar waren we het met zijn allen niet mee eens.  Op sociale media lieten mensen hun emoties de vrije loop en kondigden ING-klanten in groten getale aan over te stappen naar een andere bank. Niets mis mee natuurlijk, dat recht hebben we in dit land gelukkig. Net als dat (overwegend linkse) politici eveneens het recht hebben er iets van te vinden. Ze mogen zelfs dezelfde tamelijk primitieve bewoordingen gebruiken (“Van de pot gerukt” – SP-voorzitter Ron Meyer). Echter, het wordt gevaarlijk wanneer ook daadwerkelijk beslissingen gebaseerd gaan worden op de onderbuikgevoelens van het volk. En dat is precies wat er gebeurde. Na de golf van maatschappelijke (en politieke) kritiek besloot de bank de salarisverhoging in zijn geheel in te trekken. Dat valt niet uit te leggen.

Ja, natuurlijk is de kleine twee miljoen euro die ING-topman Hamers nu toch al verdient meer dan voldoende om van rond te komen. Hij verdient daarmee 33 keer zoveel als de gemiddelde werknemer van de bank. Maar zijn loonsverhoging was op basis van zorgvuldig afgewogen argumenten (daarvan mogen we toch uitgaan) goedgekeurd door de Raad van Commissarissen, onder leiding van voorzitter Jeroen van der Veer. Dit controle-orgaan speldt zichzelf een enorm brevet van onvermogen op door nu het voornemen volledig af te blazen, onder druk van de publieke opinie. Een ongekend zwaktebod en een blijk van een schrijnend tekort aan moreel en maatschappelijk inzicht. Hard schreeuwen is kennelijk belangrijker dan inhoudelijke argumentatie.

Daarbij komt nog dat Van der Veer aangaf “de publieke reactie in Nederland op dit duidelijk gevoelige thema onderschat te hebben”. Ja, ammehoela. Deze Van der Veer is de man die onlangs nog Halbe Zijlstra het laatste zetje richting de uitgang van Buitenlandse Zaken gaf, door zijn ‘Poetin-verhaal’ totaal te ontkrachten. Heel het land viel over Zijlstra heen, die zich vervolgens – mede door het uitblijven van de door hem wel verwachte steun van Van der Veer – genoodzaakt voelde af te treden als minister. En deze Jeroen van der Veer onderschatte de kracht van de publieke opinie? Nonsens.

Dat brengt me bij het volgende. Komende week mag Nederland zijn onderbuikgevoel opnieuw de vrije loop laten, als er woensdag niet alleen gestemd wordt voor de gemeenteraden, maar tevens voor of tegen de nieuwe (reeds ingevoerde) Wet inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), door tegenstanders omgedoopt tot de ‘Sleepwet’. Ik kan u vast voorspellen wat er gaat gebeuren. Het merendeel van de stemmers zal tegen deze wet stemmen, “want we worden straks de hele dag afgetapt door de AIVD”. Dat is namelijk het beeld dat er door de media geschapen wordt. Ik zie, lees en hoor alleen maar de tegenstanders voorbijkomen in de journaals en kranten. Volstrekt logisch dan ook dat het publiek meent dat dit de algemene tendens is. En we lopen maar wat graag met de massa mee. Het kabinet, onder leiding van premier Rutte, zal vervolgens aangeven dat het de uitkomst van het raadgevende referendum in overweging zal nemen. Uiteindelijk gebeurt er vanzelfsprekend niets mee en blijft de wet ‘gewoon’ bestaan.

En dat is een goede zaak. Niet omdat ik per se voor deze wet ben (eerder het tegendeel), maar wel omdat de mensen die de wet opstelden, dit deden op basis van rationele argumenten en met behulp van adviezen van experts. Dat is immers wat er van politici verwacht mag worden. Sterker: het is het basisprincipe van de parlementaire democratie waarin we leven. We kiezen om de vier jaar Kamerleden (en daarmee indirect een premier, ministers en staatssecretarissen) die onze belangen mogen dan wel dienen te vertegenwoordigen. Referenda daarentegen houden in dat burgers zich – over het algemeen – niet gehinderd door enige kennis van zaken mogen uitspreken over allerlei ingewikkelde onderwerpen. Dat is minachting van de gekozen volksvertegenwoordigers en bovendien een schaamteloze vorm van collectieve zelfoverschatting. Daarom stem ik woensdag alleen voor de gemeenteraad.

Gemeenteraad Hardenberg: raakvlakken tussen burger en politiek

HARDENBERG – Op 21 maart vinden er gemeenteraadsverkiezingen plaats. Onlangs vroeg ik de lijsttrekkers van de deelnemende partijen wat voor hen het voornaamste punt van verbetering binnen de gemeente Hardenberg is en waarover zij juist erg te spreken zijn. Tegelijkertijd vond er een enquête onder inwoners van de gemeente Hardenberg plaats, gepromoot door de Toren, Hardenberg.nu en de Dedemsvaartse Courant. Hierin werden dezelfde twee vragen gesteld. Dit artikel beschrijft de interessante uitkomsten van dit onderzoek.

Aan het onderzoek deden vrijwillig negentig inwoners van de gemeente Hardenberg mee. Hiervan was precies 70 procent man en 30 procent vrouw. De gemiddelde leeftijd bedroeg ruim 53 jaar. Het merendeel van de respondenten is afkomstig uit één van de twee grote kernen binnen de gemeente, namelijk Hardenberg (38.9%) of Dedemsvaart (33.3%). De overige dorpen leverden maximaal vier respondenten (4.4% van het totaal). De deelnemers gaven over het algemeen aan veel waarde te hechten aan de lokale politiek, met een score van bijna 5.5 op een schaal van één tot zeven. Het overgrote merendeel, namelijk ruim 95 procent, was ervan op de hoogte dat er binnenkort gemeenteraadsverkiezingen zullen plaatsvinden. Op de vraag of men voornemens is te gaan stemmen in maart, antwoordde 86.7% ‘ja’. Slechts 3.3% gaf aan zeker te weten niet te gaan stemmen. Van alle deelnemers weet exact tweederde bovendien al op welke partij hij/zij gaat stemmen. Ook in Hardenberg blijkt het politieke landschap zeer gefragmenteerd. De verschillen tussen de partijen blijken namelijk erg klein. Het CDA is favoriet, met 14.4%, gevolgd door PvdA (11.1%) en ChristenUnie (8.9%). Tien procent geeft aan niet te willen zeggen op welke partij hij/zij gaat stemmen.

Verbeterpunten

De enquête draait, zoals gezegd, voornamelijk om de twee vragen die ook aan de lijsttrekkers van de deelnemende partijen zijn gesteld: wat dient er naar uw mening te veranderen in Hardenberg en waarover bent u erg te spreken? De respondenten waren volledig vrij te antwoorden: er zat geen limiet aan het aantal gebruikte tekens. Zodoende noemden sommige respondenten ook meerdere thema’s. In onderstaand diagram zijn alleen de thema’s vermeld die tenminste drie keer genoemd werden, de andere zijn geschaard onder ‘overig’.

De antwoorden wijzen uit dat een groot deel van de ‘Hardenbergers’ wel klaar is met ‘zondag als rustdag’: voor bijna negentien procent geldt dat zondagopenstelling van de winkels, al dan niet met een beperking (bijvoorbeeld één keer per maand), het belangrijkste punt van verandering is. Zo zegt een 55-jarige man uit Hardenberg: “De gemeente c.q. bestuursdienst dient werk zoveel mogelijk uit te besteden aan lokale ondernemers. Winkeliers mogen zelf uitmaken wanneer zij geopend zijn, dus ook op zondag.” Een vrouw uit Sibculo (50 jaar) is al tevreden met “één koopzondag in de maand” terwijl een 64-jarige Gramsbergenaar hoopt op “enkele koopzondagen per jaar.” De algemene teneur is, zoals een Hardenberger van 33 het verwoordt: “Winkeliers moeten zelf kunnen kiezen.”

Het tweede pijnpunt blijkt betaald parkeren in Hardenberg te zijn. Voor zo’n één op de zeven respondenten is dit de voornaamste doorn in het oog. Opvallend is dat een groot gedeelte van de mensen die aangeven voor het afschaffen van betaald parkeren te zijn, tevens voorstander is van zondagopenstelling van de winkels. Wat betreft een 73-jarige man uit Gramsbergen dient Hardenberg een voorbeeld te nemen aan Coevorden, alwaar het parkeren gratis is en het aantal koopzondagen sinds medio 2016 heeft toegenomen.

Verder geeft een gedeelte van de geënquêteerden aan dat het zich stoort aan de in hun ogen beperkte aandacht die er vanuit de politiek naar de kleinere kernen zou gaan. “Niet alleen in de stad Hardenberg moeten voorzieningen voor inwoners getroffen worden, maar ook de buitengebieden mogen niet worden vergeten”, aldus een 50-jarige vrouw uit Sibculo. Een 73-jarige Dedemsvaarter sluit zich hierbij aan en denkt daarbij ook aan de vele vrijwilligers die dagelijks op de been zijn. Hij stelt: “Er moet meer aandacht van de gemeente komen voor het behoud van de voorzieningen in de kernen en kleine kernen, welke veel zelfwerkzaamheid vergen. Voorzieningen moeten zondanig ingericht worden dat de mate van zelfwerkzaamheid ook beperkt kan worden. Dit om overbelasting van vrijwilligers te voorkomen, zodat ze er mee stoppen.”

Hiermee raakt hij aan het thema ‘burgerparticipatie’, dat volgens vijf procent van de deelnemers meer aandacht verdient. Een 64-jarige man uit Dedemsvaart is hard in zijn oordeel. “Ze menen dat alles wat ze doen goed is voor de burgers en rammen alles erdoor. Gewoon walgelijk.” Bijval krijgt hij van een Hardenberger (49): “Ze moeten zich ervan bewust te zijn dat zij door de inwoners van de gemeente zijn gekozen en moeten stoppen met het uitmelken van hun inwoners.” Een 47-jarige Sibculoër is ietwat genuanceerder. Hij stelt: “De gemeente zou meer oog moeten hebben voor de belangen van de burgers (woonomgeving, kwaliteit van leven) en niet altijd zonder meer alle ruimte bieden aan ondernemers.” Een andere man (21, Hardenberg) lijkt eerder kansen te zien: “Meer met de inwoners samenwerken. Bijvoorbeeld rondom energietransitie en werk.”

Tevreden

Behalve naar de verbeterpunten, is de respondenten ook gevraagd aan te geven waarover zij momenteel juist bijzonder te spreken zijn in hun gemeente. Opvallend: waar er slechts drie respondenten waren die aangaven de vraag met betrekking tot verbeterpunten niet te kunnen beantwoorden, wisten liefst 36 personen niets te bedenken waarover zij te spreken zijn. De antwoorden die in deze richting wijzen varieerden van ‘weet ik niet’ of ‘geen idee’ tot ‘ik ben nergens te spreken over’. Eén persoon gaf juist aan ‘overal’ tevreden over te zijn.

Zoals blijkt uit het bovenstaande cirkeldiagram, is ‘natuur’ het meest geroemde thema binnen de gemeente Hardenberg. Vooral het nog volop in ontwikkeling zijnde Vechtpark (Hardenberg) oogst veel lof. Er wordt onder andere gesproken van een “mooi park dat het aanzien van de stad vergroot”. Anderen zijn over het algemeen te spreken over het onderhoud van het groen (zo stellen bijvoorbeeld een 34-jarige vrouw uit Schuinesloot en een 42-jarige Dedemsvaarter).

Verder blijkt er beslist geen consensus te bestaan over het afschaffen van de zondagsrust. Waar, zoals hierboven al bleek, een groot deel van de ‘Hardenbergers’ wel heil zien in een al dan niet gedeeltelijke zondagopenstelling van de winkels, wordt de zondagsrust juist ook genoemd als iets dat beslist behouden dient te worden. Aangetekend moet worden dat 80% van de respondenten die dit thema noemden afkomstig is uit de stad Hardenberg.

Uit het derde punt van tevredenheid blijkt vervolgens dat de inwoners van de gemeente Hardenberg veel waarde hechten aan gratis parkeren. Waar het afschaffen van betaald parkeren in Hardenberg één van de meestgewenste veranderingen bleek te zijn, wil men in Dedemsvaart juist voorkomen dat dit ingevoerd wordt. Overigens gaan er ook stemmen op om het betaald parkeren in Hardenberg juist te handhaven.

Tevens geven enkele respondenten aan tevreden te zijn over het gemak waarmee zij de gemeente kunnen bereiken. Zo zegt een 50-jarige vrouw uit Sibculo: “De gemeente Hardenberg is een laagdrempelige gemeente. De raadsleden zijn benaderbaar en ook het gemeentehuis (wat ik één van de mooiste gebouwen van Nederland vind!) is goed te bereiken en de wachttijden zijn kort.” Aan deze laagdrempeligheid lijkt ook een 32-jarige Dedemsvaarter te raken: “De hele gemeente is dorps, inclusief Hardenberg zelf, het hoeft niet stads te worden.”

Tot slot blijkt men tevreden te zijn over het aanbod van (goedkope) sociale huurwoningen, de investeringen in het verenigingsleven en staat ook de burgemeester van Hardenberg er – tenminste volgens een 50-jarige Sibculose en een vrouw van 47 uit Dedemsvaart – goed op. Eveneens bestaat er tevredenheid over de (plastic) afvalinzameling.

Overeenkomsten politiek en burgers

Nu we hebben kunnen vaststellen welke verkiezingsthema’s er volgens de politiek relevant zijn en waaraan de inwoners van de gemeente Hardenberg juist waarde hechten, kan voorzichtig geconcludeerd worden welke partijen dichtbij de burgers staan. Aangetekend dient te worden dat de lijsttrekkers gevraagd is het voornaamste punt van verandering en behoud te noemen. Dit wil dus niet zeggen dat alle niet-genoemde thema’s voor hen onbelangrijk zijn.

Uit de interviews met de lijsttrekkers bleek dat de verkiezingen om een viertal hoofdthema’s draaien: armoedebeleid, duurzaamheid/milieu, ‘noaberschap’ en zondagsrust. De voorman en –vrouwen van ChristenUnie, GroenLinks en PvdA hebben van betere hulp voor minderbedeelden een verkiezingsspeerpunt gemaakt. Echter, van alle geënquêteerden gaf slechts één persoon aan een verandering op het gebied van armoedebestrijding als voornaamste punt van verandering te zien. De kans dat deze drie partijen stemmen gaan binnenhalen op basis van dit standpunt, lijkt dan ook niet erg groot.

Waar duidelijk wel raakvlakken blijken te zijn tussen politiek en maatschappij, is op het gebied van duurzaamheid en milieu. ‘Natuur’, als containerbegrip, is het meestgenoemde thema waarover de ‘Hardenbergers’ zeggen tevreden te zijn. Dat valt opmerkelijk te noemen, omdat zowel PvdA, D66 en OpKoers zich sterk maken voor beter beleid op dit vlak. Daarbij richten deze partijen zich wel voornamelijk op duurzame energie, een thema waarover de deelnemers aan de enquête zich veelal niet expliciet uitspraken. Wel gaven enkelen aan dat de aardgaswinning onder Hardenberg zou moeten afnemen of stoppen.

Het onderwerp waarover de meeste consensus lijkt te bestaan, is burgerparticipatie of ‘noaberschap’. De inwoners van Hardenberg geven aan dat zij graag zouden willen dat de politiek meer naar hen luistert en hun ideeën meer ondersteunt. Liefst vier partijen gaven aan het hier roerend mee eens te zijn, te weten D66, GroenLinks, OpKoers en VVD. De lokale partij OpKoers gaat zelfs volledig af op de stem van de samenleving.

Tot slot werd duidelijk dat ‘zondagsrust’ een heet hangijzer is. Vele Hardenbergers die de vragenlijst invulden, zien hier niet langer heil in en zijn van mening dat de winkels (al dan niet in beperkte mate) op zondag moeten kunnen openen. Echter is er ook een noemenswaardige groep die zondag als rustdag juist als het voornaamste punt van behoud beschouwen. Hierin vinden zij bijval van de ChristenUnie en de SGP, terwijl het CDA per kern wil bekijken wat het best functioneert. Van de overige (niet-christelijke) partijen maakte geen enkele het al dan niet openen van winkels op zondag tot een kernpunt.

Kortom: het lijkt alsof de standpunten van D66, GroenLinks en OpKoers het meeste overlappen met de wensen van de inwoners. Dit is zeer opmerkelijk te noemen, aangezien deze partijen, in omgekeerde volgorde, onder de inwoners van de gemeente Hardenberg het minst populair bleken. D66 zou namelijk 6.5% van de stemmen krijgen (evenveel als 50Plus), GroenLinks 4.3% en OpKoers kan, op basis van de enquête, slechts op 1.1% van de stemmen rekenen. Het invullen van de kieswijzer lijkt voor een groot gedeelte van de inwoners van de gemeente Hardenberg dan ook niet onverstandig.

Gemeenteraad Hardenberg: verkiezingsthema’s

©detoren.net

HARDENBERG – Met de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart op komst, hebben de deelnemende partijen in Hardenberg hun verkiezingsprogramma’s klaar. Sommige kort en overzichtelijk, andere lang en uitgebreid. Vanzelfsprekend barst iedere fractie van ambitie, maar tegelijkertijd zal ook eenieder beseffen dat het – in de politiek versplinterde samenleving waarin we leven – onmogelijk is om al deze uitgangspunten te realiseren. Dit gegeven samengevoegd met het feit dat de meeste stemgerechtigden niet de tijd en/of moeite zullen nemen om alle partijprogramma’s door te spitten, leidde ertoe dat de lijsttrekkers van de deelnemende partijen twee vragen voorgeschoteld kregen: wat dient er volgens uw partij beslist te veranderen in de gemeente Hardenberg en waarover bent u momenteel juist bijzonder te spreken? Aan de hand van een viertal door meerdere partijen genoemde thema’s kwam zodoende het volgende overzicht tot stand.

Armoedebeleid

De afgelopen vier jaar is er onder leiding van wethouder René de Vent (PvdA) een koerswijziging ingezet op het gebied van armoedebestrijding, zo stelt PvdA-lijsttrekker Gitta Luiten. Ze spreekt van “ambitieus, nieuw beleid”, maar voegt eraan toe dat “we hier vooral mee moeten doorgaan.” De verander(en)de aanpak die de laatste jaren is ingezet, betrekt zich vooral op de wijze waarop mensen met financiële problemen hulp wordt aangeboden. Waar er voorheen “een schoenendoos met rekeningen op tafel werd leeggegooid”, zijn ambtenaren en hulpverleners nu juist getraind om hulpbehoevenden op een positieve manier te benaderen, “zodat zij hun leven weer in eigen hand kunnen krijgen”, aldus Luiten. Benadrukken wat mensen nog wél kunnen, dat is volgens de PvdA-voorvrouw de kerngedachte.

Ook Sake-Christiaan Stelpstra van de ChristenUnie en GroenLinks-lijsttrekker Anne van den Hoek noemen armoedebestrijding als een belangrijk speerpunt. Beide partijen zijn van mening dat er op dit vlak een verandering dient plaats te vinden. Stelpstra: “Onze ambitie is om armoede helemaal uit te bannen. Er is een heleboel opgetuigd voor mensen die zorg nodig hebben, maar het is haast een kerstboom vol geworden, met allerlei regelingen. De ChristenUnie wil dit versimpelen en beter toegankelijk maken.” Er zijn in de raad partijen, zo stelt Stelpstra, die willen dat iedereen een basisinkomen krijgt. De ChristenUnie ziet er meer heil in om ieder geval afzonderlijk te bekijken. Daarbij moet de overheid “zich alleen bemoeien met degenen die het nodig hebben, niet met degenen die geen hulp behoeven”, aldus de CU-voorman. Zijn partij staat een pro-actieve rol van de overheid voor. “Stel, je hebt een minimuminkomen en kinderen, dan ontvang je voor een bepaald bedrag per jaar aan sportkleding en lidmaatschapsgelden. Dit moet je zelf aanvragen wanneer je kind wil gaan sporten of muziekles wil volgen. Echter, niet iedereen is hiervan op de hoogte. Of er is sprake van laaggeletterdheid, waardoor het niet mogelijk is om alle formulieren in te vullen. De overheid moet deze mensen actief benaderen.”

Anne van den Hoek (GroenLinks) ziet in werk een essentiële pijler onder armoedebestrijding. “Werk voorkomt armoede, voorkomt sociale isolementen, voorkomt een heleboel”, aldus Van den Hoek. “Niet iedereen kan betaald werk doen, maar weten dat wat je doet toegevoegde waarde heeft, maakt dat iemand beter kan participeren.” Een ‘groene economie’ is hierbij wat haar partij betreft leidend. Ze stelt dat er de komende vijf jaar in de provincie Overijssel ongeveer tienduizend banen in de logistiek bijkomen. Hetzelfde geldt voor de bouw en technische ontwikkelingen. Deze banen kunnen volgens GroenLinks uitstekend ingevuld worden door mensen die momenteel niet aan de bak komen. “Mensen moeten beoordeeld worden op basis van competenties, niet op basis van hun cv.” De gemeente moet volgens Van den Hoek een verbindende rol spelen tussen instanties zoals het Regionaal Techniek Centrum, Alfa College, ondernemers en werkzoekenden, om zo omscholing mogelijk te maken. Het UWV of de gemeente zou dan één ‘regisseur’ moeten aanstellen, die intakegesprekken houdt met werkzoekenden. De proeftijd van werkzoekenden ziet GroenLinks graag van drie naar zes maanden verlengd worden, zodat werkzoekenden meer tijd krijgen om hun kwaliteiten te laten zien en werkgevers minder ‘regeldruk’ zullen ervaren.

Duurzaamheid/milieu

Waarover de PvdA minder te spreken is, is de aandacht die er in de voorbij periode geweest is voor natuur en milieu. Zo gebruikt Hardenberg nog steeds “vrij heftige” bestrijdingsmiddelen. “Bovendien”, zo stelt Luiten, “willen veel boeren graag een omslag maken in hun bedrijf. Ze willen duurzamer of natuurvriendelijker werken.” Boeren die uit eigen beweging aangeven graag hun bedrijf op een duurzame manier te willen veranderen, verdienen volgens Luiten steun van de gemeente. Ze vindt hierin bijval van D66-lijsttrekker Jacco Rodermond. Zijn ambitie is om in 2040 energieneutraal te zijn, wat betreft energieopwekking en het gebruik van materialen. Dat wil niet zeggen dat er overal windmolens “neergeplant” moeten worden. “We willen onze inwoners uitdagen om met elkaar na te denken over oplossingen om richting duurzame energie te gaan”, aldus Rodermond. Daarbij moeten aannemers van nieuwbouwprojecten “eigenlijk wel verplicht worden om goed te hebben nagedacht over de omgang met energie.” Annie Kelder, van de lokale partij OpKoers, kan zich vinden in het ‘windmolenstandpunt’. “Alternatieve energie is goed, maar het moet geen belemmeringen opleveren voor bewoners.”

‘Noaberschap’

Dit standpunt vloeit voort uit het belangrijkste speerpunt van OpKoers, namelijk dat er geluisterd dient te worden naar de inwoners van de gemeente Hardenberg. Gevraagd naar wat er beslist onaangeroerd moet blijven, geeft Annie Kelder dan ook aan dat ze die vraag niet kan beantwoorden. OpKoers gaat immers af op de inbreng vanuit de bevolking en dat houdt automatisch in dat er vooral zaken veranderd moeten worden. Hierbij sluit niet alleen Jacco Rodermond (D66), zoals hierboven reeds omschreven, zich aan, maar ook de VVD, bij monde van lijsttrekker Bert Gelling. “Ideëen van ondernemers moeten we faciliteren, niet frustreren”, zo stelt de liberaal. Daarbij is de VVD van mening dat er in het verleden teveel geld is uitgegeven op initiatief van de gemeente, zonder dat de inwoners hierin gekend zijn. Hij spreekt van een ‘financieel bewustwordingsproces’. “Ik zie hier in de gemeenteraad mensen hun vinger opsteken voor investeringen van tientallen miljoenen, terwijl ik zeker weet dat ze een week wakker liggen wanneer thuis de diepvries het begeeft”, aldus Gelling. Als voorbeeld noemt hij de ‘enorme grondportefeuille’ die is opgebouwd. “Honderd hectare bedrijventerrein, waarop niemand afkwam. Het centrum van Hardenberg is veel te groot,er is sprake van een structureel overaanbod. In Dedemsvaart is dat niet anders.”

Aansluitend bij de gewenste toenemende verantwoordelijkheid voor bewoners en ondernemers, is de term ‘noaberschap’, ofwel sociale samenhang. Dit begrip wordt door zowel D66’er Rodermond als Van den Hoek (GroenLinks) aangehaald als iets waarover men te spreken is binnen Hardenberg. Van den Hoek geeft de gang van zaken rond het bouwen van een MFA (multifunctionele accommodatie) in De Krim als voorbeeld. “Het geeft aan dat wij, vanuit een wat ‘logger’ systeem, met allerlei regeltjes, te langzaam bewegen in de richting van de ontwikkelingen in de samenleving. Er moet dus een omgekeerde participatiesamenleving komen: de politiek doet mee met de mensen, niet andersom.” Rodermond is het hiermee eens. “Als de samenleving samenkomt om iets te realiseren en het lukt net niet, dan zou de politiek moeten bijspringen. Er zijn heel veel actieve mensen in de gemeente Hardenberg, die heel veel mooie dingen doen, dat zou de politiek wat meer kunnen ondersteunen.”

Aan het bovenstaande wordt door Gijs Schuurman van 50Plus nog toegevoegd dat de bereikbaarheid van de gemeente zijns inziens uitstekend is. “Het is bijvoorbeeld goed mogelijk om een afspraak met een wethouder te maken. We zitten niet in een glazen koepel en blijven daar zitten, maar zijn aanspreekbaar. Dat moeten we vooral zo houden”, aldus Schuurman.

Zondagsrust

In de huidige gemeenteraad bevinden zich twee partijen met een uitgesproken christelijke signatuur (CDA en ChristenUnie), hier komt mogelijk een derde partij bij. De SGP neemt dit jaar namelijk, evenals 50Plus, voor het eerst deel aan de verkiezingen in Hardenberg. Net als de ChristenUnie beschouwt de SGP, onder aanvoering van lijsttrekker Bert Hutten, zondagsrust als een speerpunt van het verkiezingsprogramma. “De zondag is een bijzondere dag. De SGP vindt het belangrijk dat deze dag uniek blijft.” Daarbij gaat het de SGP niet puur en alleen om de link met de bijbel, maar beschouwt de partij de vrije zondag ook als “een belangrijk sociaal en maatschappelijk rustpunt in de week. Gezondheidsproblemen door stress, burn-out en overspanning nemen toe.” Hierbij sluit de ChristenUnie zich aan. “Een rustdag is nu eenmaal goed voor de gezondheid en gezinssaamhorigheid”, aldus fractievoorzitter Stelpstra. Hij stelt bovendien dat kleine ondernemers min of meer gedwongen zullen worden ook op zondag open te gaan, terwijl ze er niet meer aan zullen verdienen. “Er treedt erosie op: grootwinkelbedrijven, zoals Albert Heijn, gaan dingen verkopen die kleine ondernemers verkopen.”

De derde christelijke partij, het CDA, stelt zich in haar verkiezingsprogramma flexibeler op. “De kernen binnen de gemeente Hardenberg zijn heel verschillend. Ook als het gaat om de beleving van de zondag. Daarom moeten meer kerngericht besluiten worden genomen over de winkeltijden, waarbij alle lokale belangen en persoonlijke zorgen zo goed mogelijk worden afgewogen.”

Overige thema’s

Waarover 50Plus minder te spreken is, is de verdeling van de Wmo-gelden (Wet maatschappelijke ondersteuning). Dit is geld waarop hulpbehoevenden aanspraak kunnen maken, wanneer zij niet op eigen kracht zelfredzaam zijn en zodoende zonder hulp niet zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. De gemeente voorziet in de verdeling van deze gelden. Momenteel, zo constateert 50Plus-lijsttrekker Schuurman, ontstaat er echter een Wmo-overschot dat niet in de zorg gestoken wordt, maar in de ‘algemene pot’ verdwijnt en zodoende voor andere doeleinden wordt ingezet. Dit dient volgens 50Plus beslist te veranderen. “Het is niet onze bedoeling om met geld te gaan smijten, maar het moet wel besteed worden aan datgene waarvoor het bedoeld is”, zo verduidelijkt Schuurman.

Ook de SGP hecht waarde aan (betere) zorg. “Zorg voor jong en oud, dat is waar de SGP de focus op wil leggen. Voor jongeren is dat bijvoorbeeld goede jeugdzorg, in een zo vroeg mogelijk stadium eventuele problemen signaleren en daarna werken aan een passende oplossing. Zorgen voor goede scholing, vroegtijdig schoolverlaten voorkomen. Voor ouderen is dat bijvoorbeeld laagdrempelige toegang tot het zorgloket, medische zorg is dichtbij in de eigen kern bereikbaar, thuiszorg optimaal inzetten waar nodig en als zelfstandig wonen niet meer mogelijk is, zorgen voor een passende plaats om te wonen.”

Het CDA laat bij monde van fractievoorzitter Martijn Breukelman weten dat het belangrijkste punt van verandering naar hun mening de opwaardering van de stationsomgeving in Hardenberg is. Daarbij “is er veel geïnvesteerd in bedrijventerreinen, woningbouw en sport. Dat willen wij ook de komende jaren graag.” VVD’er Gelling is hier overigens uitgesproken op tegen en stelt dat ‘niemand gevraagd heeft om voor 25 miljoen voor de zoveelste keer het station aan te passen.’

Waarover het CDA daarentegen wel te spreken is, is de belastingverlaging die sinds 1 januari 2018 is ingegaan. “Hiervoor heeft het CDA nadrukkelijk gepleit en wat ons betreft blijft dat ook de komende vier jaar zo”, aldus Breukelman. Ook OpKoers voorziet in een kostenbesparing voor de Hardenbergers, maar dan middels het afschaffen van betaald parkeren in de stad.

Op een rijtje

Nog eens samengevat: wat moet er volgens de diverse partijen zo snel mogelijk veranderen (-) en waarover is men juist al tevreden (+)?

50Plus
– Verdeling Wmo-gelden: moet naar waar het voor bestemd is, namelijk de zorg.
+ Bereikbaarheid van de gemeente voor inwoners.

CDA
– Opwaardering van de stationsomgeving.
+ Belastingverlaging.

CU
– Armoede in de samenleving.
+ Zondagsrust.

D66
– Duurzaamheid, met verantwoordelijkheid voor inwoners.
+ ‘Noaberschap’.

GroenLinks
– Omscholing/minder werkloosheid.
+ ‘Noaberschap’.

OpKoers
– Aandacht voor kleinere kernen, gratis parkeren.
+ Strijdbaar blijven tegen windmolenparken.

PvdA
– Natuur en milieu.
+ Armoede in de samenleving.

SGP
– Jeugd- en ouderenzorg.
+ Zondagsrust.

VVD
– Meer luisteren naar ideëen uit de maatschappij/ondernemers.
+ Overheidsfinanciën blijven terugdringen.