Het afscheid van een betaalde hobbyist

Raffie heeft afscheid genomen. Na achttien jaar, bijna zeshonderd wedstrijden en 196  goals voor club en land is het genoeg geweest. De geest wilde voor altijd door, maar het lichaam stribbelde tegen. De man die in 2003 als eerste de Golden Boy Award won als grootste talent van Europa, die op zijn 21ste aanvoerder van Ajax werd, die subtopper HSV de Champions League inschoot, die met een hakbal scoorde in de ArenA én Bernabéu, die als speler van de Spurs werd genomineerd voor de titel van beste speler van de Premier League, die een WK-finale speelde. Die Rafael van der Vaart neemt afscheid, in Esbjerg. Ver verwijderd van de spotlights. Mooier had het niet gekund.

Rafael van der Vaart heeft waargemaakt waar ieder jochie van droomt. Opgegroeid op het woonwagenkamp, uitgegroeid tot superster. Tot superster zonder sterallures. Rafael van der Vaart maakte niet – zoals voor andere voetballers geldt – van zijn hobby zijn werk. Voor Van der Vaart bleef het voetbal altijd een (goedbetaalde) hobby. Of het nu op een kolkend White Hart Lane was of voor minder dan tienduizend toeschouwers in het stadion van FC Midtjylland: zolang de bal rolde, was ‘Rafa’ gelukkig.

Eigenzinnig, zelfbewust, met een gezonde dosis flair, nergens van onder de indruk. De kritiek die hem soms ten deel viel, leek Van der Vaart weinig te deren. “Te dik, geen topsportmentaliteit, had veel meer uit zijn carrière kunnen halen.” Het zijn zomaar wat kreten die de afgelopen achttien jaar met enige regelmaat voorbij zijn gekomen. Het beeld van een frikandellen verorberende nepsporter ging een eigen leven leiden. Dat de Heemskerker niet 24 uur per dag met zijn sport bezig was, lijkt buiten kijf te staan. Maar hij was wel pas de vijfde Nederlander ooit die de grens van honderd interlands slechtte. Niet gek, voor een veredelde amateurvoetballer, zoals de tendens soms leek.

Rafael van der Vaart is zonder twijfel de meest elegante speler die ik ooit live in een Oranje-shirt in actie heb mogen zien. Hij had meer techniek dan krachtpatser Wesley Sneijder, meer overzicht dan werkpaard Arjen Robben en nog iets meer finesse dan collega-rasvoetballer Robin van Persie. Had hij ook de geldingsdrang en het doorzettingsvermogen van generatiegenoten als Kuyt en Robben gehad, dan hadden we nu wellicht gesproken van de Legendarische Nummer 23. Maar Van der Vaart was geen Verlosser. Van der Vaart werd liefkozend der Kleine Engel genoemd.

De straatvoetballer voor wie tienduizenden mensen naar het stadion kwamen houdt er nu definitief mee op. Onlangs kreeg hij van de KNVB al een fraai eerbetoon, voor de 109 keer dat hij met trots zijn land vertegenwoordigde. Een mooi afscheidsduel, met bijvoorbeeld zijn oud-collega’s van Ajax en HSV, de clubs waarvoor hij de meeste wedstrijden speelde, zou Rafael van der Vaart toekomen. Scoren en daarna de publiekswissel. Nog één keer een vol stadion dat hem toejuicht. En vanaf dan lekker op zaterdagmiddag bij een derdeklasser doen wat hij altijd al gedaan heeft: een balletje trappen voor z’n plezier.